'Enzo Liberté Bordeaux' ... Teun

donderdag 23 december 2010

Fijne feestdagen!

Gepost door 'Enzo Liberté Bordeaux' ... Teun op 13:58 Geen opmerkingen:
Nieuwere posts Oudere posts Homepage
Abonneren op: Posts (Atom)

Wie ben ik

Mijn foto
'Enzo Liberté Bordeaux' ... Teun
Deze blog gaat over mij, Teun! Ik ben een Bordeaux Dog geboren op 30-09-2009. Op deze website kunnen jullie al mijn belevenissen lezen.
Mijn volledige profiel tonen

Blogarchief

  • ▼  2010 (22)
    • ▼  december (1)
      • Fijne feestdagen!
    • ►  november (1)
    • ►  oktober (1)
    • ►  september (4)
    • ►  mei (2)
    • ►  april (2)
    • ►  maart (4)
    • ►  februari (4)
    • ►  januari (3)
  • ►  2009 (12)
    • ►  december (8)
    • ►  november (4)

Mijn gastenboek

  • Klik hier

Bordeaux Dog Links

  • Bordeaux Dog Club Nederland
  • Liberte Bordeaux
  • Bordeaux Dog Forum

Vriendjes & vriendinnetjes

  • Otje & Ties
  • Opium

Leeftijd

PitaPata Dog tickers

Zoeken in deze blog:

Rasstandaard

Bordeaux Dog

Land van herkomst: Frankrijk

Taak: Waken, verdedigen en afschrikken

FCI indeling: Groep 2 Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse SennenhondenSectie 2.1 (Dogachtige Molossers) Geen werkproef

Korte historische achtergrond

De Bordeaux Dog is een van de oudste Franse rassen, stamt waarschijnlijk af van de Alans, met name de ‘alan vautre’ over wie Gaston Phoebus (of Febus), Graaf van Foix, in de veertiende eeuw in zijn ‘Livre de Chasse’ (Boek over de Jacht) zei dat hij “een sterkere beet had dan drie windhonden”. Het woord ‘dog’ wordt voor het eerst gebruikt eind veertiende eeuw.In het midden van de negentiende eeuw waren deze oude doggen eigenlijk alleen nog befaamd in Aquitaine (het uiterste zuid-westen van Frankrijk, bij de Atlantische oceaan). Ze werden er gebruikt bij de jacht op grof wild (wild zwijn), in (vaak gereguleerde) gevechten, voor de bewaking van woningen en vee, en als slagershond. In 1863 vond in Parijs in de Planten- en Dierentuin de eerste Franse hondententoonstelling plaats. Bordeaux Doggen waren er onder hun huidige rasbenaming ingeschreven. Er waren verschillende typen: van Toulouse, van Parijs, en van Bordeaux, uit het laatste komt huidige Bordeaux Dog voort.Het ras had veel te lijden tijdens de twee Wereldoorlogen, zo zelfs dat het na de oorlog van 1939-1945 dreigde uit te sterven. In de zestiger jaren leefde het echter weer helemaal op. De eerste standaard stamt van 1896, gepubliceerd onder de titel ‘Caractère des vrais dogues’ (De aard van ware doggen) in ‘Le Dogue de Bordeaux’ van Pierre Mégnin.De tweede standaard stond in J. Kunstler’s boek ‘Étude critique du Dogue de Bordeaux’ (Kritische studie over de Bordeaux Dog) van 1910.De derde standaard, van 1971, is van de hand van Raymond Triquet, met medewerking van dierenarts Dr Maurice Luquet.De vierde standaard is een herformulering hiervan op basis van het FCI-Jerusalem-model, gemaakt in 1993 door Raymond Triquet met medewerking van voorzitter Philippe Sérouil en het bestuur van de Franse rasvereniging, de Société des Amateurs de Dogues de Bordeaux.

Algehele indruk

Een typische molosser met een kort, holrond hoofdtype. De Bordeaux Dog is een zeer krachtige hond, met een uiterst gespierd lichaam dat ook harmonisch belijnd is. Hij is wat laag gesteld, hetgeen zeggen wil dat de afstand van borstbeen tot de grond iets kleiner is dan de diepte van de borst. Compact, atletisch, imposant, komt behoorlijk afwerend over.

Belangrijke verhoudingen

De lengte van het lichaam, van de verste voorpunt van de schouder tot de achterkant van de dij, is groter dan de schofthoogte, in de verhouding 11:10.De borstdiepte is meer dan de helft van de schofthoogte.De maximale snuitlengte is gelijk aan een derde van de lengte van het hoofd.De minimale snuitlengte is gelijk aan een kwart van de lengte van het hoofd.Bij de reu is de omtrek van het hoofd ongeveer gelijk aan de schofthoogte.

Gedrag/karakter

Als voormalige vechthond heeft de Bordeaux Dog een gave voor bewaken. Dat is een taak die hij nauwlettend en met grote moed uitvoert, maar zonder agressiviteit. Hij is een goede kameraad, zeer gehecht aan zijn baas en erg aanhankelijk. Rustig, evenwichtig, met een hoge prikkeldrempel.Reuen hebben over het algemeen een dominant karakter.

Hoofd

Omvangrijk, met hoeken, groot, tamelijk kort, van boven en van voren gezien trapeziumvormig. De lengtelijn over de schedel en die over de snuit raken elkaar in een wijde hoek.

Schedel

Bij de reu is de omtrek van de schedel, op het breedste punt gemeten, ongeveer gelijk aan de schofthoogte. Bij de teef kan die iets minder zijn.Volume en vorm van de schedel worden bepaald door de sterk ontwikkelde slaapbeenderen, wenkbrauwen, jukbeenderen en ruimte tussen de bogen van de onderkaak Het schedeldak loopt van de ene naar de andere kant enigszins bol.De overgang van voorhoofd naar neus, oftewel de stop, is zeer duidelijk gemarkeerd en vormt met de neusrug een bijna rechte hoek (ongeveer 95 tot 100 graden). De diepe voorhoofdsgroef verloopt richting achterhoofd naar minder diep. Het voorhoofd, dat breder is dan hoog, overheerst het aangezicht.Het hoofd is terzijde van de middengroef bedekt met symmetrische rimpels. Deze diepe en zorgelijke rimpels zijn beweeglijk, of de hond nu oplettend is of niet.

Gezicht

Neus

Groot met goed openstaande neusgaten, pigmentatie in overeenstemming met het masker. Een lichte mate van wipneus is toegestaan, maar de neus mag niet terug kantelen richting gezicht.

Snuit

Krachtig, breed, dik maar niet opgevuld onder de ogen, tamelijk kort, in profil mag de bovenlijn iets hol zijn, met lichtjes aangezette plooien. Naar het eind van de snuit neemt de breedte nauwelijks af, van bovenaf gezien ziet de snuit er zo goed als vierkant uit. Een lijn over de snuit vormt met de lijn over de bovenschedel een naar boven openstaande wijde hoek.Als het hoofd horizontaal wordt gehouden steekt het einde van de snuit – die stomp en dik is en breed aan de basis – iets onder de neus uit.De omtrek van de snuit is ongeveer twee derde van de omtrek van het hoofd. De lengte van de snuit is ongeveer een kwart tot een derde van de hele lengte van het hoofd, gemeten van neuspunt tot jachtknobbel. Uiterste grenzen (meer dan een derde en minder dan een kwart) zijn toegestaan, maar liever niet; de ideale snuitlengte ligt ertussen in.

Kaken

Zeer krachtig, groot. De hond is ondervoorbijter, dit is een raskenmerk. De achterkant van de snijtanden in de onderkaak bevindt zich voor de voorkant van de snijtanden in de bovenkaak en de snijtanden raken elkaar niet. De onderkaak kromt zich naar boven. De kin is duidelijk zichtbaar en mag de bovenlip niet overmatig wegdrukken maar er ook niet door bedekt worden.

Tanden

Sterk, vooral de hoektanden. De onderste hoektanden staat ver uit elkaar en hellen enigszins. De snijtanden staan keurig op rij, met name in de onderkaak waar ze een zo goed als rechte lijn vormen.

Bovenlip

Dik, matig hangend, kan zich samentrekken. Van opzij is de onderlijn rond. Bedekt aan de zijkanten de onderkaak. Van voren gezien raakt de rand van bovenlip in het midden aan de onderlip en loopt naar de zijkanten uit in de vorm van een omgekeerde wijde V.

Wangen

Dankzij een sterke ontwikkeling van de spieren duidelijk aanwezig.

Ogen

Ovaal, staan ver uit elkaar. De afstand tussen de binnenhoeken van de oogleden is ongeveer gelijk aan twee maal de lengte van het oog (oogopening). Vrijmoedige uitdrukking. Knipvlies (derde ooglid) mag niet zichtbaar zijn. Oogkleur nootbruin tot donkerbruin bij honden met een zwart masker; bij honden met een bruin masker of zonder masker is een iets lichtere tint aanvaardbaar, maar liever niet.

Oren

Relatief klein, iets donkerder van tint dan de vacht. Bij de aanzet gaat de basis van het oor aan de voorkant iets omhoog. De oren moeten neervallen maar niet slap hangen, als de hond attent is zit de rand aan de voorkant tegen de wang aan. De onderste punt is iets afgerond en mag niet voorbij het oog kunnen komen. De oren zijn tamelijk hoog aangezet, ter hoogte van de bovenlijn van de schedel, waarvan ze de grootte nog schijnen te beklemtonen.

Nek

Zeer krachtig, gespierd, zo goed als cilindrisch. Ruim, los en soepel vel. De gemiddelde omtrek is bijna gelijk aan die van het hoofd. De nek is van het hoofd gescheiden door een licht geaccentueerde en iets gebogen groef overdwars. Bovenkant van de nek enigszins bol. De duidelijk aanwezige keelhuid begint bij de keel en vormt plooien tot aan de borst, maar hangt niet erg los. De nek is aan de basis heel breed en loopt vloeiend over in de schouders.

Lichaam

Bovenbelijning

Krachtig met een brede en gespierde rug, goed gemarkeerde schoft, brede, tamelijk korte en stevige lendenen.

Kruis

Loopt lichtjes af tot de staartaanzet.

Borst

Imposant, lang, diep, breed, reikt tot iets onder de ellebogen. Brede en krachtige borstkas met een onderlijn (tussen de schoft) die bol is ten opzichte van de bodem. De zijkanten goed diep en gewelfd maar niet tonvormig. De omtrek van de borstkas is ongeveer 25 tot 35 centimeter meer dan de schofthoogte.

Onderbelijning

Harplijn, van de behoorlijk diepe borst tot de tamelijk oplopende en stevige buik, die dus niet hangt, maar ook niet zo hoog is ingetrokken als bij een windhond. StaartZeer dik bij de aanzet. De punt komt bij voorkeur tot, maar niet verder dan, het spronggewricht. De staart wordt laag gedragen, is soepel, zonder knik of knobbel. In rust hangt hij, maar komt de hond in actie dan verheft hij zich tussen 90 en 120 graden, zonder zich over de rug te buigen of te krullen.

Ledematen

Voorhand

Stevig bot, zeer gespierde benen.

Schouders

Krachtig met duidelijk zichtbare spieren. Het schouderblad ligt matig schuin (ongeveer 45 graden ten opzichte van het horizontale vlak), de hoek van het boeggewricht (schouderblad-opperarm) is iets groter dan 90 graden.

Opperarm

Zeer gespierd.

Ellebogen

In de as van het lichaam, niet te dicht tegen de borstkas aan en ook niet teveel uitdraaiend.

Onderarm

Van voren gezien: recht of iets naar binnen wijzend, dus dichter naar de middellijn, in het bijzonder bij honden met een zeer brede borst. Van opzij gezien: verticaal.

Middenvoet

Krachtig. Van opzij gezien licht hellend. Van voren gezien soms iets uitdraaiend om een licht naar binnen neigende onderarm te compenseren.

Voeten

Stevig, tenen dicht tegen elkaar aan, kromme, stevige nagels, goed ontwikkelde en soepele voetkussens. Ondanks zijn gewicht staat de hond goed op zijn tenen.

Achterhand

Stevige benen met krachtig bot, goed gehoekt. Van achteren gezien geven de achterbenen, die goed parallel en verticaal staan, een indruk van kracht, ook al is de achterhand iets minder breed dan de voorhand.

Dij

Goed ontwikkeld en flink, met duidelijk zichtbare bespiering.

Knie

Ligt in een vlak parallel aan de mediaan of iets daarbuiten.

Onderbeen

Tamelijk kort, bespierd, loopt laag door.

Hak

Kort, pezig, vrij wijde hoek.

Middenvoet

Stevig. Geen hubertusklauwen.

Voeten

Iets langer dan de voorvoeten, tenen dicht tegen elkaar aan.

Gangwerk

Voor een molosser redelijk soepel. In stap is het gangwerk vrij, soepel, dicht bij de grond. Goede stuwing vanuit de achterhand, goed uitreikende voorhand, speciaal in draf, wat dat is de gang die de voorkeur heeft. Als de draf versnelt heeft het hoofd de neiging om te zakken, de bovenbelijning om naar voren te hellen en de voorvoeten om zich meer naar het midden plaatsen, terwijl ze ver naar voren neerkomen. Bij korte galop tamelijk veel verticale beweging.Kan op korte afstanden, waarbij hij er tamelijk laag bij de grond van door gaat, een flinke snelheid bereiken.

Huid

Dik en voldoende los.

Vacht

Beharing

Fijn, kort en voelt zacht aan.

Kleur

Eenkleurig in het hele gamma van roodtinten, van mahonie tot isabella.(lichtbeige).Een goede pigmentatie is gewenst. Enkele kleine witte plekjes op borst en onderaan de benen zijn toegestaan.

Masker

1) Zwart masker Het masker is vaak maar beperkt van omvang, en mag niet doorlopen tot op de schedel. Wel mogen er donkerder schakeringen voorkomen op de schedel, de oren, de hals en de bovenkant van het lichaam. Bij dit masker moet de neus zwart zijn.

2) Bruin (vroeger genaamd rood of roetbruin) masker De neus is ook bruin, evenals de rand van de oogleden.

3) Geen masker De vacht is in een roodtint, de huid lijkt rood (vroeger heette dit ‘rood masker’). De neus is roodachtig of rose.

Maat

De hoogte moet min of meer overeenstemmen met de omvang van de schedel.Reu 60 tot 68 centimeter schofthoogte.Teef 58 tot 66 centimeter schofthoogte.Een centimeter minder en twee centimeter meer zijn toegestaan.

Gewicht

Reu tenminste 50 kilogram.Teef tenminste 45 kilogram.

Teven

Dezelfde kenmerken maar minder uitgesproken.

Fouten

Iedere afwijking van het voorgaande moet worden beschouwd als een fout, die moet worden aangerekend in verhouding tot de ernst ervan.

Ernstige fouten

- Overmatig agressief, angstig.
- Kort en rond hoofd met uitpuilende ogen.
- Overgetypeerd als een Bulldog (platte schedel, snuit korter dan een kwart van de totale hoofdlengte).
- Onderkaak aanzienlijk scheef.
- Snijtanden permanent zichtbaar bij gesloten mond.
- Ronde rug (karperrug).
- Vastzittende (niet scheve) staartwervels.
- Naar binnen draaiende voorvoeten (ook als dat maar een beetje is).
- Naar buiten draaiende voorvoeten.
- Platte dijen.
- Hoeking van de hak te groot (steile hoeking).
- Hoeking van de hak te klein, ondergeschoven stand van de achterhand.
- Hakken die naar binnen draaien (koehakkig) of naar buiten.
- Steltgang of overdreven rollende gang in achterhand.
- Ademnood, luidruchtige ademhaling.
- Witte staartpunt of wit aan de voorkant van de benen, boven handwortel en voetwortel.

Diskwalificerende fouten

- Lang en recht hoofd met weinig opvallende stop, met een neusrug meer dan een derde van de lengte van het hoofd (gebrek aan hoofdtype).
- Neusrug evenwijdig aan de bovenlijn van de schedel of aflopend (‘Roman nose’).
- Verdraaide kaak.
- Niet ondervoorbijtend.
- Hoektanden permanent zichtbaar bij gesloten mond.
- Permanent uit de gesloten mond hangende tong.
- Staart met een knik, hoek of bocht erin (kurkentrekker staart).
- Geatrofieerde staart.
- Gedraaid (Louis seize) front met zeer slappe middenvoet.
- Hoeking van de hak open naar achteren (double hock).
- Wit op hoofd en lichaam, een andere vachtkleur dan rood.
- Zichtbaar invalide makend defect.

Reuen moeten in het bezit zijn van twee kennelijk normale testikels, die volledig zijn afgedaald in het scrotum.